Meedoen vanaf het vroege begin
Het afgelopen jaar ben ik in mijn eigen advieswerk intensief bezig geweest met participatievernieuwing. De gemeente Utrecht is in 2016 haar eigen ‘democratic challenge’ gestart. Na een motie in de raad met als titel ‘Vernieuw de wijkparticipatie’ ben ik als adviseur betrokken bij dit proces van vernieuwing. De kern van de gewenste vernieuwing is: bewoners en ondernemers heel vroegtijdig betrekken. Dus ruim vóór dat het plan er ligt en liefst als er nog zo weinig mogelijk uitgedacht is. En daar ook bewoners bij betrekken die zich niet vanzelf melden om mee te doen. Bewoners op-maat betrekken op een manier die ze prettig vinden. Hen bijvoorbeeld digitaal laten meedoen of als gemeente naar de bewoners toe te gaan op plekken waar ze al komen. En daarbij duidelijk zijn over de mate van invloed die bewoners en ondernemers hebben op de plannen.

Al doende vernieuwen

Participatievernieuwing
in de praktijk


Omgevingswet

De Omgevingswet 2018 ‘Meer invloed op uw Omgeving’ streeft naar vroegtijdige participatie van inwoners bij ruimtelijke ontwikkelingen of planvorming.

De Omgevingswet geeft hiervoor geen blauwdruk. Verantwoordelijk minister Schultz heeft toegezegd een handreiking te maken waarin voorbeelden zijn opgenomen.
Deze handreiking wordt uitgevoerd in de vorm van een inspiratiegids. Deze gids komt in cocreatie tot stand via de Democratic Challenge en wordt halverwege 2017 verwacht. 

Wat werkt?
De vraag is: Hoe doe je dat? Wat werkt voor goede participatie, welke handreikingen kan de gemeente Utrecht haar eigen medewerkers en inwoners op dit gebied meegeven? Om daarachter te komen zijn we met een klein ontwikkelteam voor participatievernieuwing veel gesprekken gaan voeren met bewoners en organisaties in de wijken. Want er gebeurt al veel op het gebied van participatie. En zeker ook al op vernieuwende manieren. We gingen op zoek naar wat al goed werkt, om dat vervolgens te vergroten en te verbreden in de stad en in de gemeentelijke organisatie. Bewoners en projectleiders waren verrast dat we met hen op zoek gingen naar de werkzame bestanddelen voor effectieve participatie. Er was waardering voor de moeite die genomen werd om te leren door terug te kijken op trajecten waar zij zich voor hadden ingezet.

Aan ‘participatietafels’ en in buurtgesprekken gingen we in gesprek over een aantal grote trajecten die de afgelopen tijd in Utrecht tot stand zijn gebracht en waar inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers een belangrijke bijdrage aan lever(d)en: de ontwikkeling van het Cereol-terrein, de herinrichting van de Maliebaan, de inrichting van het Maximapark, de plannen voor de Oosterspoorbaan, Utrecht zijn we samen, Samen bouwen op de Veemarkt, Welkom in Utrecht en de Versnelling in Overvecht. We nodigden onszelf uit en gingen op bezoek bij ‘minder makkelijk bereikbare doelgroepen’ die prima bereikbaar bleken op de plekken waar ze toch al samenkomen. In het buurthuis, het jongerencentrum, de bibliotheek en het zorgcentrum spraken we met ‘experts’ zoals jongeren, ouderen met een migratieachtergrond, digitaal minder vaardigen en studenten. Ook de 10 Utrechtse wijkraden dachten actief mee over hun eigen rol in de vernieuwing. Tijdens alle gesprekken werkten we met nieuwe werkvormen voor het voeren van het goede gesprek, idee- en besluitvorming. Het werden gesprekken vol energie en een rijke inhoudelijke opbrengst.

In de gesprekken pluisden we goede en minder goede voorbeelden van invloed door bewoners en andere belanghebbenden uit. Een beetje lef en het zoeken van ruimte in de regels bleek te hebben geleid tot verrassende resultaten. Een belangrijke conclusie was dat mooie voorbeelden op zichzelf staan. Er wordt weinig gereflecteerd, lessen getrokken en gericht geleerd, waardoor goede werkwijzen niet reproduceerbaar zijn. Daar moet dus iets aan gebeuren!
Een ander inzicht was dat de gemeente zichzelf wel erg centraal stelt in het organiseren van participatie. De gemeente betrekt inwoners bij de door haar voorgestane ontwikkelingen in een door haar uitgedacht proces. Als de gemeente echt samen met de inwoners de stad wil maken, zal ze ook vanaf de start samen met de inwoners over de aanpak en bedoeling van het traject moeten nadenken. Bewoners doen dan niet mee (met de gemeente), maar bewoners en gemeente werken samen in een planproces (coproductie).

Wat is nodig voor participatievernieuwing?
Coproduceren vraagt wel wat van de procesvaardigheden van degenen die het traject begeleiden:
- Een helder procesontwerp, zodat iedereen weet welke stappen gezet gaan worden en hoe lang het proces duurt.
- Duidelijkheid over rollen en bevoegdheden: wie doet wat en wie besluit wanneer waarover, wat is de status van de inbreng van betrokkenen? Binnen welke kaders gaan we aan het werk? 
- Vaardigheden om met passende werkvormen een prettige energie in het proces te brengen en de inhoud op tafel te krijgen te krijgen voor de planvorming. Divergerende werkvormen om ideeën te bedenken, convergerende vormen om tot voorstellen te komen. 
- En vaardigheden om belangen bespreekbaar te maken en tot voorstellen te komen die recht doen aan het algemeen belang. 

Coproduceren vraagt ook wat van de raad, die de spanning tussen participatie en representatie moeten kunnen hanteren. De democratisch gekozen gemeenteraad is immers gelegitimeerd om de besluiten te nemen. Als gemeente en inwoners samen een plan hebben gemaakt waar iedereen zich in kan vinden, is finale besluitvorming door de gemeenteraad niet meer nodig. Sterker nog, dat kan het hele proces kapot maken. Toen in een andere gemeente de raad in de fase van besluitvorming zelf met een alternatief voorstel kwam voor een plan dat gemeente en inwoners samen hadden gemaakt, zag ik de groep van betrokken inwoners zich meteen hergroeperen tot actiegroep. En deze gemeente hoeft voorlopig niet meer terug te komen bij haar inwoners met een voorstel voor coproductie. Het kan alleen goed gaan als de raad bij de start van een cocreatieproces duidelijke kaders en randvoorwaarden meegeeft en zich bij voorbaat committeert aan de inhoudelijke uitkomst. Dat vraagt vertrouwen geven aan het college, de ambtelijke organisatie en de inwoners. En als de partijen er samen niet uit komen, kan de gemeenteraad knopen doorhakken.

Al doende blijven vernieuwen, gericht leren en borgen
De opbrengst van de zoektocht naar participatievernieuwing, met alle mooie voorbeelden waarop we de lessen baseerden en handreikingen voor passende werkvormen, schreven we op in het document ‘Al doende vernieuwen’. Dit is besproken met college en raad en zij besloten dat Utrecht nu gericht inzet op het toepassen van vernieuwing (inhoudelijk, organisatorisch en in houding en gedrag) en leren in onderhanden werk. Leren met als doel het geleerde vervolgens breed in de organisatie te borgen. Voor 2017 staan tien grote participatietrajecten in de wijken centraal om daar de gewenste vernieuwing in de praktijk te brengen. Deze trajecten gaan we als ontwikkelteam actief volgen en van stut en steun voorzien. In een praktijkleerplaats organiseren we meedenkkracht, delen we de lessen over wat blijkt te werken voor de gewenste participatievernieuwing en werken we aan vaardigheden voor procesbegeleiding.  Om vervolgens het geleerde breed in de organisatie borgen. ‘Geen revolutie, maar evolutie’, zoals de verantwoordelijk wethouder zei.

Voor de mensen die we spraken en die niet zo taalvaardig zijn of niet zo snel een notitie van de gemeente gaan lezen, maakten we een filmpje om hen te laten weten wat de opbrengst van de zoektocht naar participatievernieuwing is en hoe het proces nu verder gaat. Want een hele belangrijke en bekende les voor het vasthouden van betrokkenheid en respectvol omgaan met betrokkenen is: ‘Laat nog eens wat van je horen!’

Democratic Challenge

De Democratic Challenge is een driejarig BZK / VNG-programma gericht op vernieuwing van de lokale democratie. Het is een bottom-up programma waarmee de VNG experimenten met innovatieve vormen verzamelt, bundelt en ondersteunt .


Meer informatie

Annemarie Reintjes
06 10 558 559