Mooie ogen 

Mijn overbuurman heet Peter. Hij is letterlijk gekluisterd aan zijn rolstoel. Zijn lichaam lijkt op een dag vastgezet in een kramp, waardoor zijn hoofd scheef staat en zijn mond open. Zijn lijf hangt verwrongen in zijn stoel en hij is maar net in staat om een verkrampte vuist op te tillen waarmee hij kan zwaaien. Want dat is wat we doen. We zwaaien naar elkaar als ik thuiskom of wegga en hij in zijn rolstoel voor het raam is gezet.
Vanaf mijn voordeur of mijn auto ziet Peter er enigszins afschrikwekkend uit, met zijn lange gezicht en die opengesperde mond. Het heeft ook een tijdje geduurd voordat ik de moed had om naar hem te zwaaien. De eerste keer dat ik dat deed, reageerde hij niet. Dan niet, dacht ik. Tot ik ontdekte dat ik echt enige tijd stil moest blijven staan, zodat hij mij goed in het oog kon krijgen en de tijd had om te reageren. Dan ging de arm omhoog met die krampvuist – en verdomd, het werd een ritueel, met als cadeau steeds een brede lach.
Pas ben ik naar hem toe gegaan. En het was net als wanneer je een schilderij van dichtbij gaat bekijken: de totale voorstelling verdwijnt en er komen streepjes, veegjes en puntjes voor in de plaats. Wat bij Peter overbleef, waren een paar helderblauwe, levendige en lieve ogen. Dichtbij komen, de tijd nemen en elkaar goed in de ogen kijken – een wereld van verschil.

Dick Termond – november
twitter: @TermondDick