Stemmen tellen
Vanaf tien minuten voor negen waren er twee spannende vragen. Haalt ons stembureau de 900 stemmers? En: zou de laatste stemmer op tijd komen? De antwoorden: ja en nee.
We haalden 905 stemmen. De laatste stemmer kwam om 21.07 uur aan en moest onverrichterzake weer op huis aan. De voorzitter van ons stembureau registreerde stipt om negen uur de stapels met stempassen en stopte ze in daarvoor bedoelde enveloppen.
De overige leden van het stembureau en de extra tellers, waaronder ikzelf, haalden de stemhokjes uit elkaar. Rode potloden in zakjes voor de volgende keer. De slimme stamper opgeruimd: een ingenieus werktuigje waarmee de stembiljetten dieper door de gleuf van de stembus worden geduwd. We plaatsten de grijze rolcontainer met alle stemmen plechtig in het midden van de gymzaal. In een grote cirkel eromheen werden de nummers 1 t/m 20 geplaatst, plus twee bordjes voor ongeldige en blanco stemmen.
Intussen wisselden de vrijwilligers uit welk systeem van tellen naar hun ervaring het snelste werkt. Dat leidde niet tot overeenstemming over de vanavond te volgen methode. De voorzitter moest uitsluitsel geven. Op zijn signaal kon de stembus worden geopend en leeggekiept op de gymvloer.

In de eerste fase zaten we met zijn tienen op de grond rond de berg stembiljetten en vouwden we ze één voor éen uit. Er namen 20 partijen deel, veel meer dan bij de vorige, landelijke verkiezingen. Het formulier was nog steeds groot, maar een stuk kleiner dan toen.
De volgende fase was spannend. Hoe zou er gestemd zijn in ons bureau en in onze buurt? Vanaf twee tafels werden steeds een paar stembiljetten meegegeven aan ons als tellers. De nummers werden hardop genoemd, zoals voorgeschreven volgens het vier ogen principe. ‘Eén voor partij 1 en eentje voor 5’. ‘Hier heb je er drie voor nummer 2’. En zo ordenden wij de hele verzameling biljetten bij hun nummer op de grond per partij. We hadden 1 blanco stem en geen ongeldige. Mijn stappenteller telden honderden stappen. Het tempo zat er goed in. Het was nog een kunst om elkaar te ontwijken bij het wegbrengen en neerleggen van de stembiljetten. Ondanks tempo en concentratie klonken er grappen en verzuchtingen. ‘Gelukkig, deze stapel groeit lekker’ of ‘O jee, ik hoopte dat deze stapel leeg zou blijven’.
Ten slotte brak het echte tellen aan. Iedereen ontfermde zich over één of meer stapels om het aantal stemmen per partij vast te stellen. De voorzitter noteerde de resultaten volgens protocol. Hij stelde vast dat we één stem tekort kwamen gezien het aantal stempassen. Omdat de volgende dag nog een keer geteld wordt, voor de voorkeursstemmen, was dat een acceptabele marge. Per partij gingen de stembiljetten op een rol, elastiek erom, en terug in de stembus.
De opkomst in de Utrecht was 60,8 %, een mooie 4,5 % hoger dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen, zonder aansporing van een abseilende burgemeester. Van die stemmers had bijna 2 % in ons bureau gestemd. De uitslag daarvan was redelijk vergelijkbaar met de uitslag in de hele stad.

Als dank voor een avondje stemmen tellen kreeg ik sokken van de gemeente met het opschrift Utrecht Kiest. Ik weet niet of ik ze ga dragen, maar bij de volgende verkiezingen meld ik me zeker weer als vrijwilliger. Het stemmen zelf is vanzelfsprekend, maar meewerken op zo’n stembureau voelt nog net een beetje meer als echt meedoen in de democratie!
Dorien de Wit, 18 maart 2026