Leef-tijd

Gisteren gebeurde het weer. Op een feestje, de nieuwjaarsreceptie van de gay organisaties in Rotterdam. Ik ontmoet iemand die ik een tijdje niet heb gesproken. Ongeveer de tweede zin die hij uitspreekt: “En hoe lang ga jij nog?” Zo’n vraag heeft betekenis met de context: ik heb net mijn 63ste verjaardag gevierd. Ik vind het de meest irritante en onzinnige vraag die mij wordt gesteld.

Waarom vragen mensen me naar mijn pensioendatum met een gemak alsof ze over het weer praten? Ik kan mij niet herinneren dat me toen ik 25 was, op feestjes standaard gevraagd werd naar mijn ambities voor de komende vier jaar. Wat maakt het normaal om bij mij te informeren wanneer ik stop met werken? Ik concentreer me op mijn werk van nu, met enorme uitdagingen door transities die op zo’n beetje elk terrein aan de gang zijn.

In veel organisaties richt het beleid rond duurzame inzetbaarheid zich op de oudere medewerkers. Hoe maak je het mogelijk dat zij op een goede manier in je organisatie aan het werk zijn en blijven? Dat vind ik een beperkte visie op duurzame inzetbaarheid. Je kunt de reikwijdte verbreden door als uitgangspunt te nemen dat je medewerkers nu en in de toekomst uitnodigt en faciliteert om hun kwaliteiten in te zetten voor de kern van hun functie en beroep.

Gisteren schoot ik uit mijn slof naar de geïnteresseerde vragensteller. Vanaf vandaag beschouw ik het als een aanleiding om eens door te vragen over de manier waarop iemand naar zijn of haar werk kijkt.

Wilma Ruis
januari 2020