Verdienste

 – een ode aan Rob

Begin dit jaar overleed mijn zeer erudiete zwager Rob. Hij was net begonnen aan Michael Sandels boek De tirannie van verdienste (2020). Ik kreeg het postuum van hem via mijn zus. Ik heb het gelezen als een ode aan Rob.

Sandel opent mij de ogen over de nadelen van de meritocratie[1] en het gelijke-kansendenken. Scherp en onderbouwd laat hij zien hoe in de Verenigde Staten de nadruk op kansen en sociale mobiliteit leidt tot winnaars en vooral heel veel verliezers. Als de politiek zich richt op gelijke kansen creëren, ligt het aan jezelf als je niet hogerop komt. Want wie zijn best doet, kan slagen. De aanloop tot de verkiezing van Trump is te begrijpen als een toenemende uitzichtloze en vernederende situatie voor steeds meer arme kanslozen. Een cultuur waarin diploma’s en de uitnodiging tot opklimmen hand in hand gaan met het verlies van zinvol werk en met het gevoel er maatschappelijk niet toe te doen. Sandel haalt onder meer de sociologe Arlie Hochschild aan, wier onderzoek wijst op een verstrengeling van economische achterstelling en culturele ontheemding.

Ook in Europa en Nederland is de opmars van het populisme te wijten aan een giftige cocktail van doorgeslagen neoliberalisme met eigen verantwoordelijkheid en afnemende beschikbaarheid van werk. En dat naast een technocratisch geloof in de markt en neerbuigendheid van de elite.

In Nederland wordt vaak de draak gestoken met de witte wijn drinkende elite (waar ikzelf, zonder twijfel, qua achtergrond en maatschappelijke positie deel van uitmaak). Ik zie ook geregeld het dedain van diezelfde elite:

  • Ik zie het in de recente drama’s op het landelijke politieke toneel: de toeslagenaffaire, het beschamende drama van Rutte rond de ‘functie elders’.
  • Ik zie het in de toename van kleine partijen op landelijk en lokaal niveau, en de reacties daarop. Hooghartig bejegend, nauwelijks serieus genomen, zonder zelfreflectie van de dominante partijen.
  • En in het verhaal van de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah, die een maand ging leven op bijstandsniveau en ervoer hoe vernederend het is om voortdurend verantwoording af te moeten leggen, formulieren met al je gegevens in te vullen en niettemin tekort te komen om een cadeautje voor je kind te kopen of een kapot koffieapparaat te vervangen.
  • En ik zie het in de manier waarop sommige burgers menen meer rechten dan anderen te hebben, als zij zich direct tot hun vrienden in de politiek wenden in plaats van in gesprek te gaan met medeburgers over nieuwe ontwikkelingen in de stad.

Het duizelt me, de arrogantie van de macht, de zoveel hogere waardering van het ene soort werk boven het andere, het afhaken van zoveel mensen omdat zij zich buitengesloten en afgeschreven voelen.

Als het om perspectief gaat, bepleit Sandel een (financiële) herwaardering van technisch en beroepsonderwijs en een rechtvaardige verdeling van inkomen en erkenning. Hij haalt Martin Luther King, paus Johannes Paulus II en Emile Durkheim aan om te benadrukken hoezeer waardig werk samenhangt met solidariteit en sociale samenhang. En pleit voor een ‘gedeeld democratisch project’, waarin we met onze medeburgers in gesprek gaan over belangrijke politieke waarden. Hierin herken ik ook de oproep van Herman Tjeenk Willink om veel meer publiek debat te voeren over maatschappelijke kwesties (o.a. in Buitenhof, 28 maart jl.).

In aanloop naar onze recente verkiezingen leek het alsof er met dank aan Corona, meer waardering ontstaat voor ‘vitale beroepen’ en een grotere rol van de overheid. Ook kregen de idioot grote verschillen in waardering – verdiensten? – tussen top en werkers in bedrijven ruimte in verkiezingsprogramma’s. De Haagse drama’s leidden tot veel publiek debat over de noodzaak van een nieuwe politieke cultuur met macht en tegenmacht.

En ik, wat kan ik doen? Ik neem me voor om vanuit mijn rollen in dit leven mijn ogen open te houden en steeds het gesprek aan te blijven gaan over rechtvaardigheid en uitsluiting. Een bijdrage te leveren aan ‘ons gedeelde democratische project’.

En ik mis mijn zwager daarbij, met zijn inspirerende boeken en discussies.

Dorien de Wit, 9 april 2021

 

[1] Een maatschappijmodel waarin de sociaaleconomische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten (merites)